E-boilers steeds belangrijker in verduurzaming van warmtenetten 

E-boilers steeds belangrijker in verduurzaming van warmtenetten 
De warmtebuffer van de energiecentrale van Vattenfall in Diemen. De e-boilers zelf zijn op de foto niet te zien, die zijn later gebouwd en bevinden zich in een gebouwtje. Foto : ANP/Hollandse Hoogte/Berlinda van Dam.

E-boilers spelen een steeds belangrijkere rol in de verduurzaming van warmtenetten. Op momenten met een overschot aan duurzame elektriciteit zetten ze deze stroom om in warmte. Daarmee vergroten ze de flexibiliteit van het energiesysteem en vormen ze een waardevolle aanvulling op de bronnenmix van warmtebedrijven. E-boilers hebben bovendien veel voordelen tegenover andere bronnen: de investeringskosten zijn laag en de realisatie gaat relatief snel.

Dit weet je na het lezen:

  • E-boiler in warmtenetten vaak ingezet in combinatie met buffers en gascentrales.
  • Afvalverbrandingsinstallatie als bron in warmtenet gaat niet goed samen met e-boiler.
  • Aquathermiebronnen of restwarmte creëren externe afhankelijkheid die e-boiler niet heeft.
  • Netkosten verviervoudigden: e-boiler in Diemen kan niet uit en staat dus stil.
  • Nieuw tijdsduurgebonden transportrecht-contract (TDTR) zou Vattenfall verlichting bieden.
  • Er is een nieuwe subsidiepot voor reeds beschikte e-boiler-projecten.

Warmtebedrijven zoals Vattenfall en Eneco zetten regelmatig e-boilers in, maar ook andere partijen maken er gebruik van. Ze zijn echter niet bedoeld als continue warmtebron, omdat elektriciteit daarvoor meestal nog te duur is. Hun kracht zit juist in het flexibel produceren van warmte wanneer de elektriciteitsprijs heel laag is. Soms is die prijs zelfs negatief, waardoor de eigenaren van e-boilers geld toe krijgen om hun boilers aan te zetten. Daar staat tegenover dat op die momenten hoge netkosten betaald moeten worden voor e-boilers. 
 
Dit soort flexibiliteit kan in sommige warmtenetten flinke meerwaarde hebben. De energietransitie vraagt namelijk om flexibiliteit, snelheid en slimme combinaties van technologie. In specifieke situaties passen de e-boilers precies in dat plaatje, vindt Bart Dehue van Vattenfall. “Ze zijn niet de heilige graal, maar in combinatie met buffers en gascentrales vervullen ze een cruciale rol.” Ze zijn dan ook geen vervanging van bestaande bronnen, maar een slimme, flexibele schakel in het systeem. 
 
Warmtenetten met een afvalverbrander als bron zijn overigens minder geschikt voor e-boilers. In deze netten werken ze minder goed, omdat de afvalcentrale ook moet draaien als de stroomprijs laag is. Hierdoor zou de e-boiler concurreren met de afvalcentrale. 

Geen vervanging voor gasketel

Het is een misvatting dat e-boilers vooral worden gebruikt als vervanging van de traditionele gasketel als hoofd- of piekbron in warmtenetten, zegt Michiel Drijgers van Eneco. “Qua operationele kosten is een e-boiler veel te duur bij normale stroomprijzen. Het idee is juist: we zetten de gasketel minder in op momenten dat de e-boiler aantrekkelijk is. Daarmee besparen we gas en CO2 en helpen we het elektriciteitssysteem.” 
 
Het is aantrekkelijk om de e-boiler te gebruiken op momenten dat de elektriciteitsprijs lager is dan de gasprijs, of als de netbeheerder een vraag om noodvermogen heeft. Zo kunnen e-boilers bijvoorbeeld ook specifiek worden gecontracteerd voor het leveren van flexibiliteit in het net.  

Belangrijke bouwsteen

Toch wil Dehue niet te afhankelijk zijn van deze technologie. “Je bent met een Coëfficiënt Of Performance (COP) van 1 extreem gevoelig voor stijgende netkosten en toekomstige elektriciteitsprijzen. Strategisch gezien moeten we zorgen dat de e-boiler een aanvulling blijft, niet de basis.” 
 
De e-boiler is dus geen wondermiddel, maar wel een belangrijke bouwsteen in de transitie naar duurzame warmtenetten, vindt Drijgers. “Met een lage investering kun je een groot vermogen realiseren, maar het is geen basislastbron. Het systeem heeft weinig onderhoud nodig en bevat nauwelijks draaiende delen. Op momenten dat er overcapaciteit is op het net, kun je met zo’n e-boiler elektriciteit omzetten in warmte. Dat is energetisch misschien niet de beste conversie, maar maatschappelijk wel nuttig.”  
 
Dehue vult aan: “Zolang je de e-boiler slim combineert met buffers, flexibele gascentrales en ‘baseload-bronnen’, heb je een krachtige mix. In die rol vervult hij zijn functie als ‘de waterkoker van het warmtenet’ perfect.” 

Een van de boilers van Vattenfall in Diemen. Foto: Vattenfall
Een van de boilers van Vattenfall in Diemen. Foto: Vattenfall

Duurzame potentie

Eneco heeft een e-boiler van 12 MW in Ypenburg en twee e-boilers van ieder 10 MW in Utrecht, vertelt Drijgers. “Die projecten zijn onder meer bedoeld om ervaring op te doen met de techniek en met de marktwerking.” Bij Eneco werden de eerste stappen voor het aanschaffen van e-boilers in 2015 gezet. De handelsafdeling was toen op zoek naar snel regelbaar elektrisch vermogen, omdat veel gascentrales vanwege de hoge kosten uit bedrijf gingen. Eneco ging daarom op zoek naar alternatieven om het energiesysteem te balanceren en tegelijkertijd de warmteopwekking te elektrificeren en te verduurzamen, legt Drijgers uit. “Als je die boiler namelijk inzet voor warmteproductie, doe je dat veelal op momenten met lage elektriciteitsprijzen. En die momenten vallen vaak samen met veel wind en zon. Dus de mix die je afneemt van het net is dan behoorlijk duurzaam.” 

Nauwelijks afhankelijkheden

In de verduurzaming van warmtebronnen worden vaak geo-, aquathermie en restwarmte genoemd. Dit worden de vaste waarden in toekomstige warmtenetten die gaan zorgen voor de basislast. Daarnaast is de e-boiler populair bij warmtebedrijven, omdat deze veel voordelen heeft. Een van de belangrijkste is de snelheid waarmee e-boilers gerealiseerd kunnen worden, zeker in vergelijking met andere duurzame bronnen. 

Geothermiebronnen kosten jaren aan voorbereiding en onderzoek, zonder garantie van realisatie. Aquathermiebronnen of restwarmte creëren bovendien externe afhankelijkheid. Bij aquathermie is bijvoorbeeld vaak een rioolwaterzuiveringsinstallatie de bron, maar waterschappen stellen aanvullende eisen voor het gebruik van deze warmte. Ook bij restwarmte is er veel afhankelijkheid.  
 
Bij e-boilers spelen dit soort afhankelijkheden nauwelijks. Ze worden vaak geplaatst op het eigen terrein van het warmtebedrijf. En aangezien er geen uitstoot is en de installatie geen geluid maakt, is de vergunningsprocedure relatief eenvoudig.

Efficiëntie beperkt

Dan is er nog de factor kosten. Een e-boiler kan soms tot wel een factor tien lagere investeringskosten hebben dan andere duurzame bronnen, zoals aardwarmte of geothermie. Dat blijkt onder meer uit het eindadvies SDE++ van PBL over 2025. Daar staat tegenover dat de efficiëntie van e-boilers beperkt is, waardoor de operationele kosten juist weer veel hoger zijn.  
 
De COP is 1: uit 1 eenheid stroom komt 1 eenheid warmte. “Warmtepompen halen vaak een COP van 3 of 5”, erkent Dehue. “Maar die hebben veel hogere investeringskosten, zijn complexer om te ontwikkelen en hebben vaak een aanvullende bron nodig. Bovendien is een e-boiler erg goed regelbaar. Deze kun je heel snel ‘opregelen’ als de stroomprijs laag is.” Deze eigenschappen worden steeds belangrijker, omdat de hoeveelheid uren met negatieve stroomprijzen jaarlijks blijft toenemen. Het inzetten van een gascentrale voor warmte is op die momenten veel duurder en niet duurzaam. 

Samenspel met andere bronnen

De kracht van de e-boiler ligt dan ook vooral in het samenspel met andere bronnen, zegt Dehue. “Onze gascentrale in Diemen draait alleen als de stroomprijs hoog is; dan kunnen we efficiënt warmte en stroom tegelijkertijd maken. Als de prijs laag is, zetten we de e-boiler aan. En als het er tussenin zit, gebruiken we een warmtebuffer.”

Op lange termijn ziet Dehue dat deze combinatie blijft bestaan. “In de winter heb je piekvraag die je niet met alleen ‘baseload-bronnen’ als geothermie kunt afdekken. Voor de pieken heb je aanvullende capaciteit nodig, tegen beperkte investeringskosten. En die levert de e-boiler. Tot aardwarmte, restwarmte en andere bronnen volledig zijn ontwikkeld, helpt de e-boiler om de warmtekosten onder controle te houden. Zonder e-boilers zou warmte uit de gascentrale op veel momenten te duur worden.”

Grootste e-boiler van Europa

Vattenfall heeft vanwege de voordelen recentelijk de grootste e-boiler van Europa (150 MW) gebouwd. Deze staat in Diemen en bedient het warmtenet van Amsterdam, Diemen en Almere. Dehue: “In de zomer dekt deze e-boiler makkelijk de hele tapwatervraag op de momenten dat hij aan staat. En alles wat over is, slaan we op in een gigantische buffer.”

Opmerkelijk genoeg staat de e-boiler in Diemen momenteel stil. Niet vanwege technische problemen, maar door onverwacht gestegen netkosten. Toen het investeringsbesluit genomen werd, rekende Vattenfall op € 5 miljoen per jaar aan netkosten voor de e-boiler. Die kosten zijn gestegen naar € 22 miljoen per jaar, waardoor het businessmodel in de knel kwam.

Vattenfall hoopt nu op een goedkoper flexibel contract voor de netaansluiting van TenneT: een tijdsduurgebonden transportrecht (TDTR) - voorheen bekend als NFA85. Een TDTR-contract geeft het recht op transport gedurende minimaal 85% van het jaar; in de overige 15% mag TenneT - bijvoorbeeld tijdens piekmomenten - het gebruik beperken. In ruil daarvoor ontvangen klanten korting op het transporttarief. Die bedraagt ergens tussen de 40% en 65%.

Ook opteert Vattenfall voor een nieuwe SDE++-subsidie, uit een nieuw ingesteld potje voor reeds beschikte projecten. Die verwacht Vattenfall in oktober aan te kunnen vragen. De behandeling van de aanvraag duurt meestal drie tot zes maanden. Het bedrijf hoopt begin 2026 de beschikking te ontvangen. Dehue: “Als die regeling dit najaar opengaat en we worden gehonoreerd, kunnen we de e-boiler begin volgend jaar eindelijk inzetten.”

Specifieke randvoorwaarden

Ook Drijgers benadrukt dat de toepassing van e-boilers vraagt om specifieke randvoorwaarden. “Je hebt een elektriciteitsaansluiting nodig en gecontracteerd vermogen. Die aansluiting is zeer kostbaar, en het contracteren van vermogen bij de netbeheerder is momenteel bijzonder lastig. In de provincie Utrecht bijvoorbeeld zitten we helemaal dicht tot 2034. Nieuwe projecten zijn alleen mogelijk op locaties waar al sprake is van een aansluiting én contractruimte.”

Joop van Vlerken

Joop van Vlerken

Joop van Vlerken is zelfstandig redacteur en journalist, gespecialiseerd in energie, klimaat, bouw- en installatietechniek.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.