Voor energiehubs is onderling vertrouwen tussen bedrijven essentieel. In de kern draait het om samenwerking. Bedrijven proberen samen energieverbruik en -opwekking op elkaar af te stemmen, zodat ze het elektriciteitsnet minder belasten. Het succesvol opzetten van een energiehub vereist een combinatie van technische, juridische en sociale maatregelen. Door duidelijke afspraken te maken, flexibiliteit in te bouwen en belangen op een rij te zetten, kunnen bedrijven samen bijdragen aan een efficiënter en duurzamer energiesysteem.
Coördinatie en vertrouwen
Dat wordt bevestigd door Frank Mak van Energiepartner Groendus. Hij ziet dat bedrijven samen zoeken naar lokale oplossingen voor netcongestie. “Dat vraagt veel coördinatie. Je moet niet alleen technische analyses maken, maar ook zorgen dat bedrijven elkaar vertrouwen en bereid zijn informatie te delen.”
Groendus ontwikkelt onder meer tools om bedrijven inzicht te geven in hun gezamenlijke energieprofiel. Op basis daarvan kunnen ze concrete afspraken maken over afstemming van verbruik en opwek. Mak: “We zijn er zo’n twee jaar geleden mee begonnen. Inmiddels hebben we ervaring opgedaan met verschillende bedrijventerreinen. Hier helpen we onder meer met het aanvragen van netcapaciteit, het opzetten van gezamenlijke regelstrategieën en het realiseren van oplossingen.”
Logische regisseur
Een energiehub begint meestal vanuit een gezamenlijke behoefte van bedrijven om efficiënter met energie om te gaan, zodat er minder druk op het lokale middenspanningsnet ontstaat. Vaak is één van de deelnemende bedrijven in de energiehub de initiatiefnemer, omdat het bedrijf veel energie verbruikt en/of opwekt.
Maar het kan ook het parkmanagement zijn, de gemeente, de provincie of de netbeheerder. Vaak stelt deze partij een gespecialiseerde procesbegeleider aan. Maar dat is niet altijd nodig, stelt Mak. “Het hangt van de situatie af. Soms is één groot bedrijf met veel energieverbruik de logische regisseur. In andere gevallen zijn wij bijvoorbeeld die neutrale partij.”
Mensen en samenwerking
Het is in ieder geval cruciaal dat deze regisseur het vertrouwen geniet van alle betrokken partijen en in staat is om belangen te verbinden. Want hoewel de technische mogelijkheden groot zijn, draait het succes van een energiehub uiteindelijk om mensen en samenwerking. “Techniek is vrijwel altijd oplosbaar. Het echte werk zit in het aantonen van de meerwaarde voor bedrijven, het organiseren van de samenwerking en het borgen van afspraken. Daar ligt nog een grote uitdaging, maar ook een kans.”
Niet direct een verdienmodel
Op bedrijventerrein Hessenpoort in Zwolle ontstond Smart Energy Hub Hessenpoort op initiatief van de bedrijven en het parkmanagement. De gemeente Zwolle en de provincie Overijssel zijn later aangehaakt en ondersteunen de hub financieel. Het is een samenwerking tussen bedrijven, energiecoöperatie CEURZ en Enexis. Zelfstandig adviseur Martijn Vlek werd ingehuurd om het proces van samenwerking tussen de bedrijven te begeleiden.
Bijzonder aan het project is dat er bij geen van de deelnemende bedrijven sprake was van congestie op levering. Vlek: “Er was wel congestie op teruglevering en één van de bedrijven wilde daar een oplossing voor. Dit bedrijf kon met name in het weekend de opgewekte stroom niet kwijt.” Gelukkig was er op het bedrijventerrein in Zwolle bereidheid om samen te werken. Want dat is erg belangrijk, zegt Vlek. “De collectieve gedachte is erg belangrijk. Bedrijven moeten elkaar willen helpen. Want er is niet direct een verdienmodel.”
Tegen de natuur van ondernemers
Een energiehub vereist dus dat bedrijven over hun eigen schaduw springen om andere bedrijven te helpen. Het levert namelijk niet alle bedrijven op de korte termijn iets op. Vlek: “Ze leveren natuurlijk wel een bijdrage aan het collectief. Maar daar doen ze het niet alleen voor. Als zij in de toekomst iets willen met elektrisch vervoer of hun aansluiting willen uitbreiden, is het verstandig om nu mee te doen.”
Dat neemt niet weg dat de afhankelijkheid van andere bedrijven tegen de natuur van veel ondernemers ingaat, zegt Vlek. “Ondernemers willen zelfstandig zijn en niet afhankelijk van anderen. Daardoor lukt het soms ook niet om alle bedrijven mee te krijgen. Het is een lastige beslissing om als bedrijf deel te nemen in een collectief en afhankelijk te zijn van je buren.”
Volgens Vlek is dat ook de lastigste component als het gaat om energiehubs. “Technisch en juridisch is een energiehub niet zo’n probleem. Het gaat vooral om het organisatorische en sociale aspect.”
Juridische entiteit
Wat bedrijven precies moeten regelen voor het samenwerken in een energiehub, wordt omschreven in de juridische toolkit die ontwikkeld is door Invest-NL en advocatenkantoor Kennedy Van der Laan. Als de eerste hobbel is overwonnen en bedrijven onder leiding van een regisseur samen aan tafel zitten, is het tijd om afspraken te maken en deze te bekrachtigen.
Zo moeten er interne overeenkomsten worden gemaakt die de onderlinge afspraken vastleggen over investeringen, kostenverdeling, eigenaarschap van installaties en besluitvorming. Daarna moet er ook een overeenkomst met de netbeheerder worden gesloten. Hier kan onder meer het groepscapaciteitsbeperkingscontract (C-CBC) of een groepstransportovereenkomst (groeps-TO) worden afgesloten om gezamenlijk gebruik van netcapaciteit te regelen. Daarnaast kan het slim zijn om samen een juridische entiteit te vormen, zoals bijvoorbeeld een energiecoöperatie of een andere rechtsvorm die de samenwerking formaliseert.
Juridisch dichtgetimmerd
Volgens Vlek is de kans klein dat er problemen ontstaan in een energiehub, omdat deze helemaal juridisch dichtgetimmerd zijn. Dit gebeurt met behulp van deelnemersovereenkomsten, die vastgesteld zijn op basis van modelovereenkomsten. Daarnaast is er in het geval van Hessenpoort een standaardstatuut voor de energiecoöperatie opgesteld. Daarin is alles tot in detail vastgelegd: de verantwoordelijkheid van de deelnemers, de EMS-provider en de netbeheerder.
Flexibiliteit inbouwen
Mocht er toch wat veranderen in de bedrijfsomstandigheden, dan is het belangrijk dat flexibiliteit wordt ingebouwd in de energiehub. Zo moeten er exit-regelingen worden opgesteld voor bedrijven die de energiehub willen verlaten. Daarnaast moeten er aanpassingsmechanismen worden beschreven die voorzien in de mogelijkheid om afspraken aan te passen bij veranderende omstandigheden. Denk aan fluctuaties in energieprijzen of bedrijfsactiviteiten. Tot slot moeten monitoring en evaluatie worden geïmplementeerd, om het energieverbruik en de prestaties van de hub te evalueren en eventueel bij te sturen.
Neutrale begeleiding
Bedrijven kunnen verschillende belangen hebben in een energiehub. Daarom is transparantie heel belangrijk. Door informatie te delen over het energieverbruik en -opwekking, wordt gezamenlijke optimalisatie mogelijk. Hoewel bedrijven misschien niet meteen staan te springen om deel te nemen, zijn er collectieve voordelen. Die kunnen bestaan uit kostenbesparingen en verduurzaming. Daarbij is het belangrijk om neutrale begeleiding te hebben, belangen te harmoniseren en conflicten te voorkomen.














