Pleidooi voor het Rijnlandse model

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

<P>Het Rijnlandse model werd geïntroduceerd door Michel Albert, die in zijn boek Capitalisme contre Capitalisme voor het eerst sprak over een Rijnlandse traditie. Op politiek-maatschappelijk vlak en op het gebied van ondernemerschap stonden in West-Europa altijd de belangen van alle stakeholders van de organisatie centraal. Dat staat tegenover het Angelsaksische model, waarin het marktdenken (aandeelhoudersbelang) domineert en organisaties vooral worden gezien als geldmachines.</P> <P>Marktwerking werd, in navolging van de VS, ook in Europa het credo toen de betaalbaarheid van de verzorgingsstaat in de jaren zeventig ter discussie kwam te staan. Het was een uitweg voor de tekorten waar regeringen geen weg mee wisten. De staat op afstand, het bedrijfsleven aan de macht. Het neoliberale denken heeft steeds meer postgevat. Denk maar aan de enorme privatiseringsgolf in de thuiszorg, bij woningcorporaties, energiebedrijven, spoorwegen en telecommunicatie.</P> <P>De aandelenmarkten die vastzitten aan de vrije markt maakten dat zowel bedrijven als individuele burgers veel geld verdienden. Want wie wil dat nou niet, zo’n snelle en gemakkelijke verveelvoudiging van je kapitaal? Dat de waardetoename grotendeels lucht was, weten we nu; de kritische noten negeerden we toen massaal. De bomen groeiden tot in de hemel en men had weinig oog voor criticasters. </P> <P>Het ging een tijdje goed. Maar het financiële systeem kwam vrijwel volledig los te staan van de productieve reële sector. En uiteindelijk stortte de bordkartonnen wereld toch in, aangeblazen door discutabele investeringsmaatschappijen en een overspannen huizenmarkt. </P> <P>Het failliet van individueel succes, minimale staatsbemoeienis en winst op korte termijn, kortom het Angelsaksische model, doet terugverlangen naar het Rijnlandse model. Dat is gebaseerd op de kracht van het collectief, maatschappelijke consensus, een actieve rol van de staat en een langetermijnmentaliteit. In plaats van regels zijn regels, de baas is de baas en meten is weten, kiest het meer voor solidariteit, de organisatie als werkgemeenschap, de waardering van vakmanschap, contextgevoelige processen en het bereiken van maatschappelijke consensus tussen werkgevers, werknemers en financiers. Vertrouwen, loyaliteit en samenwerking vormen de belangrijkste waarden.</P> <P>Marktwerking is natuurlijk niet alleen slecht te noemen. Het biedt welvaart en mogelijkheden, maar belangrijk is dat de mens weer centraal komt te staan en niet de aandeelhouder. Als or is het misschien zinvol eens met de Rijnlandse bril naar het organisatiebeleid te kijken. ‘Het kan nu eenmaal niet anders’ en ‘de markt dicteert’ zijn uitlatingen die na de crisis in een ander daglicht staan. De feiten veranderen niet, maar je zienswijze en interpretatie van die feiten kunnen een ander beeld geven. Als or kun je vervolgens eigen standpunten formuleren en daarover in gesprek gaan met de bestuurder. Bedenk dat de kracht van het verhaal in de herhaling zit. Lukt het vandaag niet, dan morgen. Het is tijd voor een andere koers.</P>

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.