Toestemming voor zesdaagse werkweek?

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

Een afvalinzamelbedrijf hanteert een vijfdaagse werkweek. Ook exploiteert het bedrijf vijf afvalbrengstations voor grof vuil, die zes dagen per week zijn geopend. De personele bezetting op de zaterdagen wordt ad hoc en op vrijwillige basis geregeld. Met name in de vakantieperioden leidt dat tot problemen en moeten er uitzendkrachten worden ingezet. Bovendien krijgen de werknemers die op een zaterdag werken, een overwerkvergoeding. Dit is een dure kostenpost voor het bedrijf. Het bedrijf vraagt de or daarom om instemming voor de invoering van een zesdaagse werkweek. Dit zal een aanzienlijke en noodzakelijke besparing opleveren voor het verlieslijdende bedrijf. De or stemt niet in. De kostenbesparing zou minimaal zijn gelet op de jaaromzet en er zouden geen alternatieven zijn onderzocht. Volgens de or kan een jaarrooster ook met vrijwilligers worden opgesteld, terwijl door de verplichte inzet op zaterdagen de werkdruk (onnodig) omhoog gaat.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter oordeelt dat de argumenten van de or zeker niet allemaal zonder grond zijn. Vooral het verlies aan vrijheid op de zaterdagen maakt het niet verlenen van instemming niet onredelijk. De zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, maar vooral ook economische en -sociale redenen die het bedrijf aanvoert, moeten echter niet uit het oog worden verloren. Zo is de wens om ook de zaterdagen te beschouwen als onderdeel van de normale bedrijfsvoering en niet langer afhankelijk te zijn van de vrijwilligheid van de medewerkers met alle nadelen gedurende vakantieperiodes, een zwaarwichtig bedrijfsorganisatorisch belang.
Veel zwaarder weegt dat er evident moet worden bezuinigd nu het bedrijf jaarlijks een fors verlies maakt en een voor de hand liggende besparing kan worden gevonden in de hoge overwerkvergoedingen en kosten van uitzendkrachten. Ook het evenwichtiger willen verdelen van zwaar werk, weegt zwaar. Al met al is er voldoende aanleiding om de gevraagde toestemming te verlenen.

Commentaar
De norm die de kantonrechter volgens artikel 27 lid 4 WOR moet hanteren is enerzijds de onredelijkheid van de or zijn instemming niet te verlenen en anderzijds het zwaarwegende belang van de ondernemer. De kantonrechter oordeelt dat het weliswaar niet onredelijk was om geen instemming te verlenen, maar dat de ondernemer voldoende zwaarwegende belangen had om vervangende toestemming te vragen. Uit eerdere rechtspraak volgt dat een ondernemer moet aantonen dat zijn argumenten ‘redelijker’ zijn dan die van de or. In dit geval is hij daarin geslaagd.
Het is altijd lastig van te voren in te schatten hoe zo’n redelijkheidstoets uitpakt. Overigens heeft de or nog de mogelijkheid om in hoger beroep (en uiteindelijk in cassatie) te gaan. Deze rechtsmiddelen zullen echter geen schorsende werking hebben. Dat betekent dus dat de ondernemer de zesdaagse werkweek direct kan invoeren.

Kantonrechter Den Haag, 1 september 2014
Auteur Esther Burgers is advocaat bij Boontje Advocaten te Amsterdam

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.