Slecht nieuws voor werknemers?

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

Een werkgever die het ontslag van een werknemer wil bewerkstelligen, kan kiezen voor verschillende routes. Eén daarvan is ontslag met vergunning van UWV WERKbedrijf. De werkgever kan dan met inachtneming van de toepasselijke opzegtermijn de arbeidsovereenkomst opzeggen. Hij is niet verplicht een vergoeding te betalen. De werknemer kan echter in een aparte procedure schadevergoeding vorderen op basis van de stelling dat de opzegging kennelijk onredelijk is.

In de afgelopen jaren hebben verschillende rechters voor de vaststelling van die vergoeding aansluiting gezocht bij de kantonrechtersformule die gebruikt wordt wanneer de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt verzocht. Maar mag de kantonrechtersformule ook bij een kennelijke onredelijke opzegging worden toegepast?

Hof Den Haag-formule
Kort samengevat had het Hof in deze zaak geoordeeld dat een opzegging in principe kennelijk onredelijk is wanneer de werkgever een ontslagvergoeding heeft betaald die niet gelijk is aan de oude (vóór 1 januari 2009 geldende) kantonrechtersformule, minus dertig procent. Het Haag­se hof hoopte hiermee voorspelbaarheid en rechtsgelijkheid te creëren in procedures over kennelijke onredelijke opzegging.
Maar op de Hof Den Haag-formule, zoals de formule tegenwoordig in de praktijk is gaan heten, is een hoop kritiek gekomen. Beide partijen in deze zaak zijn tegen deze uitspraak in cassatie gegaan.

Hoge Raad
De Hoge Raad stelt dat pas van een vergoeding wegens kennelijke onredelijke opzegging sprake kan zijn als eerst is vastgesteld dat de opzegging kennelijk onredelijk is. De omstandigheid dat de werkgever de werknemer geen vergoeding heeft aangeboden, maakt de opzegging niet kennelijk onredelijk. Als is vastgesteld dat de opzegging wel kennelijk onredelijk is, kan de kantonrechtersformule niet worden toegepast omdat de vergoeding in dat geval een ander karakter heeft dan een vergoeding die de kantonrechter kan toekennen. Deze laatste wordt naar billijkheid toegekend, terwijl de vergoeding bij een kennelijk onredelijke opzegging gebaseerd moet zijn op de in verband met de opzegging geleden schade. De werknemer moet die schade bewijzen.

Gevolg uitspraak
Deze uitspraak is slecht nieuws voor werknemers, aangezien het nu niet eenvoudig zal zijn om de schade te bewijzen. De uitspraak roept echter wel veel vragen op. Waarom krijgt een werknemer bij ontbinding in beginsel wel een vergoeding en bij opzegging niet? Hoe moet de werknemer zijn schade aantonen? Dient de werknemer aannemelijk te maken dat hij geen andere baan kan vinden omdat hij geen scholing heeft gekregen bij zijn oude werkgever?
Deze uitspraak lijkt de opzeggingsroute voor de werkgever wel erg voordelig te maken. De tijd zal het leren hoe dit in de praktijk zijn beslag krijgt.

Hoge Raad, 27 november 2009

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.