Hoewel aardgas schoner en flexibeler is dan kolen, blijft het een fossiele brandstof. De parallel met de uitfasering van kolen ligt voor de hand: ook toen waren er rationele redenen om te investeren, zoals leveringszekerheid, politiek draagvlak en vergunningsruimte. Diezelfde argumenten gelden nu voor gas. De afloop zou ook nu wel eens vergelijkbaar kunnen zijn.
Bedrijven doen er goed aan niet te rekenen op een overheid die later eventuele verliezen compenseert. Tjepkema benadrukt dat investeerders rekening moeten houden met veranderend beleid: “Als het aardgasbeleid nu al gericht is op inperking, ligt het in de lijn der verwachtingen dat nog strengere maatregelen volgen. Zelfs als het nog niet duidelijk is welke concrete maatregelen dat worden.”
Fundamentele zaak
In de praktijk speelt dat risico in de kolenzaak zelf. Uniper-Nederland-directeur Dyonne Rietveld noemt de cassatie over de kolenwet “een fundamentele zaak”, niet om de uitfasering zelf te betwisten, maar om de juridische kaders helder te krijgen: “Wat wij vragen is eigenlijk een verklaring voor recht – dat wij denken dat daar schadevergoeding tegenover zou moeten staan, of in ieder geval dat je dat niet op voorhand mag uitsluiten.”
Ze benadrukt dat de wet, zoals die nu is, “min of meer als effect heeft dat compensatie wordt uitgesloten”. Volgens haar laat de ervaring met kolen zien dat investeringen in fossiele productie alleen nog verantwoord zijn als er vooraf zekerheid bestaat over de voorwaarden waaronder ze kunnen worden terugverdiend. “Zonder politieke steun of een beprijzingssysteem dat de waarde van leveringszekerheid erkent, zie ik dat niet snel gebeuren.”
Laag risico bij gasnetten
Financieel blijft het verschil tussen gereguleerde en commerciële investeringen belangrijk. Netbeheerders werken binnen een tariefkader met een toegestane vergoeding op hun geïnvesteerd vermogen – de Weighted Average Cost of Capital (WACC). Dat is het gemiddelde rendement dat zij mogen behalen, inclusief een opslag voor risico’s. In Nederland ligt die opslag op een niveau dat erop wijst dat de risico’s als beperkt worden gezien: netten zijn dus goed financierbaar.
Voor commerciële productie-installaties, zoals gascentrales en LNG-terminals, ligt dat anders. Daar bepalen marktinkomsten het rendement, en dus ook het risico. Minder vollasturen, hogere ETS-kosten en prijsonzekerheid maken zulke investeringen minder voorspelbaar. Energie-econoom Machiel Mulder zegt dat stabiele regulering netten financierbaar houdt, terwijl commerciële investeringen afhankelijk blijven van de markt.
Ombouwsubsidies
Volgens jurist Michelle de Rijke kunnen een ruime overgangstermijn en de mogelijkheid om bestaande activa om te schakelen naar groen verzachtende factoren zijn bij de beoordeling van inbreuk op het eigendomsrecht. “De Staat kan bedrijven ondersteunen met belastingvoordelen en ombouwsubsidies. Dat soort maatregelen kan helpen om claims te voorkomen,” zegt De Rijke.
Energietransitie-expert Alex Kaat bekijkt het vanuit de markt. Hij zegt dat het Europese emissiehandelssysteem (ETS) de richting inmiddels duidelijk maakt: elk jaar minder emissierechten, richting nul rond 2040. Dat verschuift ook de discussie rond zogeheten ‘stranded assets’ – installaties die hun waarde verliezen omdat ze niet meer rendabel zijn. De vraag is dus minder of de overheid bedrijven juridisch dwingt te stoppen, maar vooral of aardgasgebruik nog economisch haalbaar blijft.
Behoud van waarde
In Nederland ontstaan lokale oplossingen voor flexibel aardgasgestookt vermogen. Bas Koetsier (FlexPowerNet) plaatst in het Stedin-gebied gasturbines van Rolls-Royce om pieken in vraag en aanbod op te vangen. Hij verwacht dat de installaties hun waarde behouden, ook als de netbeheerder ze later niet meer nodig heeft. “Dit type installaties draait al twintig jaar bij tuinders en ziekenhuizen, dus zijn in basis courante installaties die ook elders ingezet kunnen worden.” Marcel Sixma (ENGIE) zegt dat centrales steeds vaker H₂-ready worden ontworpen of aangepast, zodat ze later kunnen overschakelen op waterstof. Dat geeft investeerders meer vertrouwen in de toekomst van hun installatie. "Dan voer je toch een ander gesprek met partners, omdat je anderen zekerheid biedt."
Leveringszekerheid blijft intussen een belangrijk argument vóór gasinvesteringen. Het energiesysteem vraagt om regelbaar vermogen. Zonder stabiele inkomsten voor beschikbaarheid blijft de investeringsbereidheid laag. Hier komt het capaciteitsmechanisme in beeld. Waar België en Duitsland het al toepassen, werkt Nederland nog aan de vormgeving. Rietveld zegt hierover: “De urgentie is er. Het is iets van de korte termijn.”
Groene vraag stimuleren
Een volgende stap ligt aan de vraagzijde. Door van producten te eisen dat ze met duurzame energie en grondstoffen worden geproduceerd, kan er groene vraag ontstaan – zonder de concurrentie van goedkopere, niet-duurzame import. Bij voldoende groene vraag weten industrie en investeerders veel beter waar ze aan toe zijn. “Dat vraagt om een andere ketenbenadering,” zegt Meijering. Een bijmengverplichting voor groen gas is een directe vorm van vraagsturing; in andere sectoren kan het indirect werken. Zo kunnen afnemers bijvoorbeeld verplicht worden om een percentage ‘low-carbon’ kunstmest of staal te gebruiken.
Ondernemen is vooruitzien
Wat kunnen we op basis van dit alles voorzichtig concluderen? Het volgende: er is op dit moment geen gebrek aan financiers die willen investeren in aardgasinfrastructuur. Of zij daarbij een hogere risicopremie vragen, is moeilijk te zeggen, maar feit is dat het geld beschikbaar is. Dat suggereert dat het risico van aardgasprojecten niet als uitzonderlijk groot wordt ingeschat. Toch is het veelzeggend dat Uniper, na de ervaring met kolen, bij nieuwe gasinvesteringen eerst zekerheid wil over beleid en terugverdienkansen.
Degene die besluit om te bouwen, moet zelf afwegen of een project ook op langere termijn standhoudt. Die afweging reikt verder dan de financiële rekensom. Een ondernemer kijkt naar beleid, technologie, publieke opinie en de mate waarin een investering kan meebewegen met toekomstige eisen. Ondernemen is vooruitzien.
Bij een tegenslag likt een financier de wonden en gaat verder; verlies hoort bij het spel. Voor de ondernemer ligt dat anders: zijn verlies raakt de basis van het bedrijf – productie, mensen, positie in de markt. Hij beslist zelf over bouwen of omschakelen, en draagt ook de gevolgen van die keuze. Voorzienbaarheid is daarbij het sleutelwoord. De rechter kijkt achteraf naar dezelfde wereld waarin de ondernemer vandaag beslist. Investeren blijft een keuze, maar het besef dat beleid kan veranderen hoort bij die keuze. Voorzienbaarheid moet onderdeel zijn van de beslissing – of dat nu betekent geld opzijzetten, risico’s inprijzen of, zoals Uniper doet, eerst zekerheid vragen.









