Vandaag werd dus duidelijk dat de wegen van de twee energiebedrijven scheiden. In cassatie toetst de Hoge Raad niet opnieuw de feiten, maar alleen of het recht juist is toegepast en de procedure correct is verlopen. Ongeacht de uitkomst kunnen beide bedrijven nog overwegen een klacht in te dienen bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Deze zaak vindt zijn oorsprong aan het begin van het milennium.
2001-2004: Leveringszekerheid onder druk?
Na de liberalisering van de energiemarkt in 1998 mogen bedrijven zelf bepalen of ze energiecentrales bouwen. Begin jaren 2000 groeit de angst voor leveringszekerheid. Minister Laurens Jan Brinkhorst (Economische Zaken) stuurt 9 juni 2004 een brief aan de Tweede Kamer. Hierin legt hij uit waarom we nieuwe kolencentrales nodig hebben. Volgens hem zijn de komende jaren veel nieuwe investeringen in productiecapaciteit nodig vanwege de stijging van de elektriciteitsvraag. Zelfs dan al is er flinke weerstand tegen de bouw van de kolencentrales vanuit de milieubeweging. Het kamerlid Wijnand Duyvendak (GroenLinks) waarschuwt in een Kamerdebat voor de extra CO2-uitstoot van de nieuw te bouwen kolencentrales.
2005-2007: Ondanks protest en zorgen vergunningen verstrekt
Ondertussen staan de energiebedrijven te popelen om de kolencentrales te bouwen, want de stroomprijs is hoog. De locaties (twee op de Maasvlakte en één in de Eemshaven) liggen aan zee, wat de aanvoer van kolen eenvoudig maakt. Bovendien is er voldoende koelwater aanwezig. Zowel E.ON (in 2016 van E.ON afgesplitst als Uniper), RWE en Electrabel (later Engie) tonen interesse. De provincie Groningen verleent in 2007 een milieuvergunning voor een nieuwe kolencentrale in de Eemshaven. Provincie Zuid-Holland doet hetzelfde in 2008 voor twee nieuwe kolencentrales op de Rotterdamse Maasvlakte. Deze vergunningen worden mede onder druk van het ministerie van Economische Zaken verstrekt.
Stichting Natuur en Milieu, Greenpeace en enkele verontruste burgers vechten de vergunningen aan voor de Raad van State. Net als deze organisaties waarschuwen oppositiepartijen voor de CO₂-uitstoot van de nieuwe centrales. Minister Jacqueline Cramer (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) kan de centrales in 2007 niet meer tegenhouden. Ook al is er in de Tweede Kamer veel onbegrip over de bouw van de kolencentrales en vragen bijna alle politieke partijen van links tot rechts zich af hoe de bouw te rijmen is met het ambitieuze klimaatbeleid van het Kabinet-Balkenende IV. Maar volgens Cramer is de overgang naar een duurzame economie niet mogelijk zonder op korte termijn kolencentrales te bouwen. Ze geeft aan dat er op dat moment geen fatsoenlijk alternatief is. Bovendien noemt ze de nieuwe kolencentrales de ‘schoonste centrales ter wereld', met mogelijkheid tot het opslaan van CO2 en het bijstoken van biomassa. Later blijkt dat de opvang van CO2 ingewikkeld en kostbaar is en ook het bijstoken van biomassa blijkt niet zonder gevaar voor het milieu.
2010-2016: Start bouw en oplevering kolencentrales
Vanaf 2010 start de bouw van de nieuwe kolencentrales. Milieuorganisaties blijven protesteren tegen de bouw van de centrales. Zo blokkeert Greenpeace in 2011 de bouwplaats van de kolencentrale van RWE/Essent in de Groningse Eemshaven, om daarmee de eis voor een bouwstop kracht bij te zetten. Ook de bouw van de andere kolencentrales wordt door milieuorganisaties met alle mogelijke middelen bestreden. Zo stapt Greenpeace samen met Natuur en Milieu in 2014 opnieuw naar de Raad van State om de vergunningen voor de kolencentrales ongedaan te maken vanwege de stikstofproblematiek. Uiteindelijk halen de protesten niet veel uit. In 2015 opent RWE de Eemshavencentrale, later dat jaar wordt ook de Onyx-centrale van Engie op de Maasvlakte geopend. In 2016 volgt E.ON met de derde kolencentrale op de Maasvlakte. Door de opening van de nieuwe kolencentrales neemt de CO2-uitstoot in Nederland flink toe.
2015-2018: Urgenda-vonnis en stekker uit CCS-project
Het maatschappelijke draagvlak voor de kolencentrales was al niet erg hoog, maar komt verder onder druk te staan. Onder meer door het Urgenda-vonnis uit 2015. Hierin zegt de rechtbank in Den Haag dat de Staat te weinig doet om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen. Door het vonnis moet de Staat ervoor zorgen dat de uitstoot in Nederland in 2020 ten minste 25% lager is dan in 1990. Stichting Urgenda heeft de rechtbank om een uitspraak verzocht. Dit lijkt de nagel aan de doodskist te zijn voor de pas geopende kolencentrales. Door de onzekere toekomst trekken Engie en Uniper in 2017 vervolgens zelf de stekker uit het Rotterdam Opslag en Afvang Demonstratieproject (ROAD-project). Initiatiefnemers Engie en het van E.ON afgesplitste Uniper wilden de CO2 van hun elektriciteitscentrales op de Maasvlakte gedeeltelijk afvangen, transporteren en permanent in (deels) leeggeproduceerde gasvelden in de diepe ondergrond van de Noordzee opslaan.
2018-2020: Het kolenverbod
Het kabinet Rutte III kondigt in 2018 een kolenverbod aan, het wetsvoorstel daarvoor wordt eind 2018 in de Eerste Kamer aangenomen. Deze wet verbiedt vanaf 2030 het gebruik van steenkool in elektriciteitscentrales. De drie nieuwste centrales op de Rotterdamse Maasvlakte en de Eemshaven moeten uiterlijk 31 december 2029 stoppen met het gebruik van kolen voor elektriciteitsproductie. Voor twee oudere centrales wordt dit verbod al na 31 december 2024 van kracht. In de periode daaraan voorafgaand kunnen de eigenaren hun centrales geschikt maken voor elektriciteitsproductie door middel van andere brandstoffen, zoals duurzame biomassa. De eigenaren van de drie nieuwste kolencentrales zijn niet blij met het besluit van het kabinet en kondigen claims aan tegen de overheid.
2020-2025: Rechtszaken
Uniper en RWE beginnen in 2020 met het voorbereiden van hun claim en stappen in 2021 naar de rechter. Ze willen via gerechtelijke procedures proberen geld te krijgen. Engie doet dat niet. Het Franse energiebedrijf verkocht in 2019 zijn kolencentrale op de Maasvlakte (Onyx) aan investeerder Riverstone. Daarmee trok het Franse energiebedrijf zich terug uit kolen in Nederland. Riverstone stapt ook niet naar de rechter. Voor Onyx liep het traject langs onderhandelingen met de overheid over sluiting en mogelijke compensatie.
RWE eist € 1,4 miljard van de Nederlandse staat voor de sluiting van de Eemshavencentrale. Bovendien eist het bedrijf nog eens € 62 miljoen voor de Amercentrale. Hiervoor is het kolenverbod al ingegaan op 1 januari 2025. Het bedrijf wil hiervoor compensatie, omdat de voor biomassa omgebouwde centrale mogelijk moet sluiten als de biomassa-subsidie in 2027 wegvalt. Uniper gaat er minder hard in en heeft het in haar claim over de betaling van een schadevergoeding, die verder in een schadestaatprocedure moet worden vastgesteld
2025-2030: Uniper solo door bij rechter
De energiebedrijven stellen onder meer dat ze onteigend zijn zonder dat ze daarvoor gecompenseerd zijn, en dat ze investeerden op basis van door de overheid gestimuleerde plannen en vergunningen. Ze voelen zich bovendien oneerlijk behandeld omdat andere CO2-intensieve sectoren, zoals de zware industrie, wel mogen doorgaan. En ze doen een beroep op disproportionaliteit, omdat de overheid de kolencentrales wil sluiten voor 2030, terwijl ze nog 25 jaar langer mee kunnen. Hierdoor verdienen de energiebedrijven hun investeringen niet terug.
De Staat stelt hiertegenover dat de centrales een ondernemersrisico waren. De bedrijven hadden al kunnen weten dat de klimaatdoelen strenger zouden worden, met alle gevolgen van dien voor de centrales. Het kolenverbod dient bovendien een algemeen belang, namelijk het tegengaan van klimaatverandering. En de centrales hoeven niet onmiddellijk gesloten te worden, ze mogen nog tot 2030 openblijven. Daarna mogen ze doorgaan als ze over kunnen stappen op andere brandstoffen, zoals biomassa. De claims van de energiebedrijven worden dan ook door de rechter afgewezen in 2022. Uniper en RWE gaan vervolgens in hoger beroep bij het hof en dat hoger beroep is nu in juni 2025 opnieuw afgewezen. Op 25 september werd duidelijk dat de wegen van Uniper en RWE zich scheiden: Uniper gaat door, RWE houdt het voor gezien en gaat niet in cassatie.












