Medezeggenschap defensie

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

Medezeggenschapscommissie Defensie wordt in het ongelijk gesteld over “goede vertegenwoordiging”.

Feiten
In verband met de reorganisatie van de arbodienstverlening is door de staatsecretaris van Defensie een buitengewone gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie ingesteld. De medezeggenschapscommissie Personeelscommando stelt zich op het standpunt dat zij ten onrechte met slechts één zetel is vertegenwoordigd. Hiermee is niet voldaan aan het criterium van “goede vertegenwoordiging” in de zin van artikel 4 lid 5 Besluit Medezeggenschap Defensie. Volgens de commissie dient de personeelssterkte uitgangspunt te zijn.
 
 
De staatssecretaris verwijst ter onderbouwing van het begrip “goede vertegenwoordiging” naar stukken waarin is bepaald dat de vertegenwoordiging een afspiegeling moet zijn van de verhouding tussen het militair en burgerpersoneel. De hoofdregel is dat elke in de reorganisatie betrokken diensteenheid hetzelfde aantal leden in de buitengewone medezeggenschapscommissie levert.
 
Voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter oordeelt dat er aan deze hoofdregel moet worden vastgehouden. De medezeggenschapscommissies zouden immers elkaar kunnen overstemmen als er van de achterbansterkte wordt uitgegaan. Daarbij is van belang dat de betrokken medezeggenschapscommissies onderling in het reglement van de buitengewone commissie andere afspraken kunnen maken met betrekking tot de stemverhouding en dergelijke. De voorzieningenrechter acht de uitleg van de bestuurder niet onredelijk.
 
Commentaar       
In tegenstelling tot andere ambtenaren vallen de werknemers bij Defensie niet onder de WOR. Dit heeft onder andere te maken met de bijzondere positie die het Defensiepersoneel inneemt, bijvoorbeeld in oorlogstijd. Voor de burgerambtenaren zijn bij de diensteenheden inmiddels dienstcommissies ingesteld.

Bij de behandeling van de Defensiebegroting 2005 is echter toegezegd een onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar het Besluit medezeggenschap Defensie (BMD) in relatie tot de WOR. De Kamer vroeg om een dergelijk onderzoek naar aanleiding van signalen die haar hadden bereikt dat medewerkers van Defensie in bepaalde situaties onvoldoende mogelijkheden ervaren om invloed uit te oefenen via de medezeggenschap.

Op grond van het onderzoek adviseerde professor Goodijk het BMD voorlopig te handhaven en de verbeteringen binnen het huidige BMD door te voeren. Dit, ondanks het feit dat er geen formeel-juridische redenen zijn om Defensie niet onder de WOR te brengen. Een overstap naar de WOR zou echter afleiden van het eigenlijke doel, namelijk het verbeteren van het feitelijk functioneren van de medezeggenschap.
 

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.