In Heerhugowaard ligt het Waerdse Energie Circuit (WEC). De azijnproducent Burg Azijn heeft daar voortdurend koeling nodig en dus warmte óver. Die warmte (25 °C) is de hoofdbron voor een ZLT-net waar inmiddels 1.250 woningen en enkele bedrijven en instellingen op zijn aangesloten. Open bodemenergiesystemen en asfaltcollectoren maken dat systeem compleet. Uitbreiding is aanstaande: er zijn contracten met nieuwe woningbouwprojecten.
Het Waerdse Energie Circuit is één van de negen uitgelichte voorbeelden in het rapport ‘Zeer Lage Temperatuur (ZLT) warmte- en koudenetten in de praktijk - ervaringen en inzichten uit bestaande projecten’.
Relatief onbekende optie
ZLT-netten bieden veel kansen voor de energietransitie. Toch zijn ze een relatief onbekende optie tussen de klassieke warmtenetten op HT- en MT-niveau en de individuele warmtepomp, zo stellen TKI Urban Energy en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Zij lieten daarom Greenvis negen projecten onder de loep nemen. “Om het potentieel van ZLT-netten volledig te benutten, is het essentieel om bestuurders en beleidsmakers beter inzicht te geven in de effectiviteit, efficiëntie en haalbaarheid van deze systemen”, zo valt te lezen in het rapport.
De uitgelichte projecten verschillen in omvang: van enkele woningen tot complete wijken. Zeven ervan zijn in Nederland (Heerlen, Goirle, Terborg, Harderwijk, Den Bosch, Heerhugowaard en Gilze en Rijen). Verder zoomt het rapport in op een Duits project in Dorsten-Wulfen en een casus uit Lund in Zweden. Het rapport belicht de technische aspecten, de kosten voor de installaties en de kosten voor de eindgebruikers. En deelt geleerde lessen en barrières.
Lokale bronnen en koeling
Kenmerkend voor alle projecten: ZLT-netten distribueren warmte en koude op een temperatuur van minder dan 30 °C. Deze wordt vervolgens lokaal opgewaardeerd met een warmtepomp tot de benodigde temperatuur voor verwarming en warmtapwater. Daarmee is een ZLT-net een stabiele bron voor de warmtepomp, die hoge COP’s kan behalen en daarmee minder netbelasting geeft.
Door de lage temperatuur worden lokale bronnen interessant om in te zetten, zoals restwarmte (de azijnfabriek in Heerhugowaard, een supermarkt en datacenter in Heerlen en de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Harderwijk) of aquathermie (zoals in Goirle).
Ook genoemd als gevolg van die lage temperatuur: de mogelijkheid tot duurzaam koelen (lees: koelen zonder airco’s). Verder zijn er minder transportverliezen en daarmee geen geïsoleerde leidingen nodig, wat de aanleg makkelijker moet maken.
Kennisdag
Er wordt gewerkt aan meer kennis over dit type warmte- en koudenetten, om deze variant beter onder de aandacht te brengen. Tekenend: afgelopen maart was er een volledige kennisdag gewijd aan ZLT warmte- en koudenetten, georganiseerd door TKI Urban Energy en RVO.
Daar werd onder meer een quickscan aangekondigd die inzicht geeft in lokale bronnen, zodat gemeenten die kunnen meenemen in modellen en hier bij het maken van hun warmteplannen rekening mee kunnen houden (zomer 2025).
Maatschappelijke kosten en baten
Daarnaast zijn CE Delft, 2RC en Tri-Es Consultancy bezig met een studie naar de maatschappelijke kosten en baten van ZLT-uitwisselingsnetten (oplevering eind 2025/begin 2026). Oftewel: welke voordelen biedt dit type netten wanneer verder wordt gekeken dan alleen directe kosten en opbrengsten? Het hitte-eilandeffect (als gevolg van massale aanschaf van airco’s) en netcongestie zijn twee onderwerpen die de onderzoekers bestuderen.
En dan is er nog het project CHILL (looptijd tot medio 2028), waarin onder aanvoering van TNO uitdagingen op technisch, organisatorisch en sociaal vlak moeten worden getackeld via een aantal concrete projecten. Doel: standaardisatie van de ZLT-oplossing. In het traject werkt TNO samen met Deltares, infra-aannemers, de gemeenten Den Haag, Utrecht, Almere en Amsterdam, waterleidingbedrijven, drinkwaterbedrijven, woningcorporaties en producenten.












