Op 22 juni 2021 loopt een minderjarige werkneemster van Hoogvliet in Alphen aan den Rijn (hierna: het slachtoffer) fysiek letsel op bij het verplaatsen van winkelwagens. Het ongeval vindt plaats op een rolpad dat eigendom is van een derde partij, bereikbaar via een onder de supermarkt gelegen parkeergage.
Afgescheurde pees door beknelling
De Inspectie SZW (nu: Nederlandse Arbeidsinspectie) onderzoekt het ongeval. Volgens de inspectie duwt het slachtoffer op de bewuste dag in haar eentje een rij winkelwagens achterstevoren het rolpad op. De voorste winkelwagen raakt daarbij los, komt dwars op het rolpad te staan en blokkeert de rij winkelwagens.
Het slachtoffer loopt vervolgens over het rolpad naar voren om de voorste wagen los te maken. Hierbij raakt zij bekneld, waardoor zij een open wond en een afgescheurde pees oploopt in de linkervoet. Het slachtoffer verblijft 6 nachten in het ziekenhuis.
De inspectie legt een boete op van € 31.500 wegens overtreding van artikel 3.17 van het Arbobesluit. Deze boete is later teruggebracht naar € 29.925 vanwege het tijdverloop tussen afronding boeterapport en boeteoplegging. De supermarkt gaat tegen dit besluit in beroep bij de rechtbank.
Supermarkt: ongeval niet voorzienbaar
Volgens de supermarkt is het besluit om een boete op te leggen onzorgvuldig tot stand gekomen en ondeugdelijk gemotiveerd. De oorzaak en de toedracht van het ongeval zijn niet behoorlijk in kaart gebracht.
Ook bestrijdt Hoogvliet een overtreding te hebben begaan, omdat het ongeval niet voorzienbaar of voorkoombaar was. De kans dat winkelwagens op het rolpad losraken is nihil; het vastklikken van de wielen maakt dat onmogelijk. Bovendien kan iemand bij een incident eenvoudig de noodknop indrukken. Er was dus geen reden om rekening te houden met de onvoorzichtige actie van het slachtoffer. Zij heeft het initiatief daartoe zelf genomen.
En instructies gegeven over winkelwagens
De supermarkt vindt dat zij zich voldoende heeft ingespannen om het ongeval te voorkomen dan wel te beperken. Er geldt binnen het bedrijf een algemene instructie tot veilig werken die onderwerp is van een basiscursus. Het personeel kan hiervan kennisnemen via een digitaal portaal. De winkelwagens zijn speciaal geschikt voor gebruik op een rolpad. Dat rolpad zelf is goedgekeurd en voor het publiek toegankelijk. Daarnaast geven ervaren medewerkers uitleg over de werkwijze bij het ophalen van winkelwagens. Daarbij geldt de instructie om maximaal 15 winkelwagens per keer op te halen.
Is boete in verhouding met overtreding?
De werkgever is op grond van artikel 3.17 en artikel 9.1 van het Arbobesluit verplicht om het gevaar dat een werknemer bekneld raakt tussen voorwerpen, te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Bij overtreding kan een boete worden opgelegd.
In deze zaak moet de rechter beoordelen of de boete, gezien de omstandigheden van het geval, is afgestemd op de ernst en de verwijtbaarheid van de overtreding. Oftewel of de boete evenredig is.
Oorzaak en toedracht goed in kaart gebracht
Uit het onderzoek van de inspectie blijkt dat het slachtoffer het rolpad niet tot stilstand heeft gebracht met de noodknop. Zij heeft geprobeerd de winkelwagens los te krijgen terwijl de band nog draaide. Daartoe is zij over het rolpad naar voren gelopen. Maar doordat de wagens naar voren bleven bewegen werd de ruimte steeds kleiner. Zij is daardoor bekneld geraakt en met haar voet tussen een winkelwagen en het rolpad gekomen.
Het onderzoek van de Inspectie was zorgvuldig en volledig. En de oorzaak en toedracht van het ongeval zijn goed in kaart gebracht.
Ongeval met winkelwagen wél voorzienbaar
Een werkgever die een supermarkt exploiteert kan in redelijkheid anticiperen op de risico’s die het verplaatsen van winkelwagens met zich meebrengt. Dat geldt zeker als minderjarige werknemers de opdracht krijgen om, geheel zelfstandig, winkelwagens over een rolpad te verplaatsen. De supermarkt had rekening moeten houden met de kans dat daarbij iets misgaat, zoals het beklemd raken van een winkelwagen.
Daarbij is het niet ongewoon dat een jonge werknemer, in de routine en het ritme van het werk, soms onvoorzichtig is als zich een probleem voordoet. De kans is reëel dat een werknemer een opstopping van winkelwagens snel wil voorkomen of oplossen door naar een klemzittende winkelwagen te gaan en eraan te trekken. De onvoorzichtigheid van het slachtoffer was niet zo ernstig dat de werkgever daarmee geen rekening kon houden. Het ongeval was dus in redelijkheid te voorzien.
Geen specifieke instructies over winkelwagens
Uit het onderzoek blijkt verder dat op de werkvloer geen specifieke instructies van toepassing zijn voor het risico van een dreigende opstopping van winkelwagens. Het risico is geen onderwerp geweest van een inventarisatie. Ook is er geen specifieke werkwijze vastgesteld die voorziet in geregeld toezicht ter beperking van dit risico.
Het personeel heeft evenmin de uitdrukkelijke instructie gekregen om bij dreigende opstoppingen de noodknop in te drukken, met een expliciet verbod om zonder stopzetting van de loopband aan winkelwagens te gaan trekken. De instructies aan het personeel zijn bovendien beperkt tot algemene aanwijzingen over veilig werken en de regel om per keer een maximaal aantal winkelwagens op te halen.
Inspanningen supermarkt onvoldoende
Daarmee is voldoende aangetoond en onderbouwd dat de supermarkt niet al het redelijke heeft gedaan om het risico van beknelling te voorkomen dan wel te beperken. Daarmee heeft de supermarkt artikel 3.17 van het Arbobesluit overtreden. De rechter concludeert dat het beroep ongegrond is en laat de boete in stand.
Bron: Rechtbank Den Haag 21 mei 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:8910













