Leeftijdsonderscheid in sociale plannen is toegestaan, als dat de kansen van werknemers op de arbeidsmarkt te vergroten. Dat blijkt uit een advies dat de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) heeft uitgebracht.
De CGB adviseert minder in starre
leeftijdscategorieën te denken, ook bij regelingen die ten doel hebben
inkomensderving na ontslag te compenseren.
Oudere werknemers uitsluiten
van (om)scholing is in strijd met de Wet gelijke behandeling op grond van
leeftijd bij de arbeid (WGBL). Dat scholing voor ouderen weinig zin zou hebben,
onderstreept juist de vooroordelen over de inzetbaarheid van ouderen. De CGB wil
dat werkgevers de herplaatsing van werknemers, ongeacht hun leeftijd, voorop
stellen.
Het hanteren van de zogenoemde kantonrechtersformule bij het
vaststellen van ontslagvergoedingen in sociale plannen is in principe
toegestaan. Alex Geert Castermans, CGB-voorzitter, zegt hierover: “Een werkgever
mag trouwe werknemers best belonen en rekening houden met de arbeidsmarktpositie
van ouderen. Het is daarbij wel zaak deze groep niet het stempel
‘onbemiddelbaar’ mee te geven. Dat levert een lastige spagaat op. Die kan worden
voorkomen door te focussen op kansen in plaats van onmogelijkheden en door niet
met scherpe verschillen, maar glijdende schalen te werken.”
Brochure ‘Sociale plannen en leeftijdsonderscheid”
Gerelateerd:










