Chronische stress: wat kunnen we nú doen

Ziekte door chronische stress zal uiteindelijk verminderen. Maar niet op korte termijn. Dat stelt Carolien Hamming, directeur van CSR Experticecentrum Stress en Veerkracht.

Chronische stress: wat kunnen we nú doen

Hammings expertisecentrum financiert promotieonderzoek naar hoe je ziekmakende gevolgen van chronische stress eerder vast kunt stellen. “Dat is de start van fundamenteel onderzoek.”

Het CBS hanteert sinds kort de term ‘psychische vermoeidheid door het werk’ in plaats van ‘burn-out’. Hamming gaat een stap verder: “Vermoeidheid dekt de lading onvoldoende. Die term zegt sowieso heel weinig, vermoeidheid ontstaat bij alle ziektes. Daarbij komt dat mensen als gevolg van te veel stress ook lichamelijke vermoeid raken. Je kunt lichaam en geest niet scheiden.”

Onderzoek naar effecten chronische stress

Daarom is Hamming blij dat ze professor Arno van Dam van de universiteit Tilburg en promovenda Rebecca Vandenabeele kon interesseren onderzoek te doen naar de effecten van chronische stress. Vanuit zowel de psychosociale als de medisch-biologische invalshoek.

Wat chronische stress met muizen doet, weten we. Bij mensen ligt het complexer”

“Want wat is chronische stress precies als je het vanuit lichaam én geest bekijkt? Hoe stel je dat vast? We weten dat je er ziek van kunt worden. Maar kunnen we iets zinnigs zeggen over de periode voordat je ziek wordt, door bijvoorbeeld verschillende fases te onderscheiden? We weten op dit moment goed hoe chronische stress bij ratten en muizen werkt. Maar hoe het zit bij mensen, dat is wat complexer.”

Mensen kunnen zich bijvoorbeeld gestrest voelen over een situatie die nog moet komen, meent ze. Of die alleen maar in hun hoofd zit. De studie van Vandenabeele is in november 2022 van start gegaan, dus het duurt nog even voordat er resultaat is. “Bovendien denk ik dat het slechts een startpunt is. Dus op korte termijn blijven we in het duister tasten over de exacte relatie tussen chronische stress en het ontstaan van ziekten bij mensen.”

Korte of lange tijd stress maakt wel degelijk uit

Naast burn-out kan chronische stress ook voor andere psychische en lichamelijke aandoeningen zorgen of deze verergeren. Er is bijvoorbeeld een relatie tussen stress en depressie en hart- en vaatziekten, verduidelijkt Hamming. “Burn-out is een wetenschappelijk slecht onderbouwd concept en nooit bedoeld als diagnose.”

Burn-out is een wetenschappelijk slecht onderbouwd concept, nooit bedoeld als diagnose”

“Mijn boodschap aan arboprofessionals is: niet alle stress is hetzelfde. Het maakt wel degelijk uit of iemand korte of lange tijd gestrest is. Dat komt door de onderliggende neurobiologische effecten van chronische stress: daar gaan je lichaam en psyche uiteindelijk aan onderdoor.”

De meeste bedrijfsartsen houden daar in hun praktijk trouwens wel rekening mee, zegt Hamming. “Hoewel er in de behandelrichtlijn van de beroepsgroep met geen woord over wordt gerept. Officieel is burn-out een ‘psychische aandoening’. De bedrijfsarts moet de werknemer dan ook vooral aanmoedigen om zijn ‘falende stresscoping’ te verbeteren.”

Kijk naar mogelijke veranderingen in stresssysteem

Bovendien is het kosteneffectief om de werknemer zo snel mogelijk weer naar het werk te sturen. Maar, zegt Hamming: “Iemand met burn-out kan niet eens boodschappen doen in de supermarkt. Vanwege de vermoeidheid, de vele prikkels en de concentratieproblemen. Lukt het de werknemer niet om snel weer aan het werk te gaan, wat is er dan aan de hand? Is hij dan niet opgebrand? In veel gevallen staat de arts met de handen in het haar en lijkt een verwijzing naar de GGZ het beste. Naar mogelijk onderliggende veranderingen in het stresssysteem wordt niet gekeken.”

“Trek de vergelijking met een gebroken been door een val van je fiets. Niemand die dan zegt: ‘Paar weken bijkomen en dan zo snel mogelijk weer op die fiets. Want anders wil je over een poosje helemaal niet meer.’ Het been is stuk, moet in het gips en mag niet belast worden. Eerst moet de ergste pijn zijn gezakt en het helingsproces op gang zijn gekomen. Pas daarna kun je bedenken hoe je voorkomt dat je later weer je been breekt bij het fietsen.”

Bij burn-out wordt het helingsproces overgeslagen door gebrek aan kennis”

Bij burn-out wordt die eerste fase overgeslagen, stelt Hamming. “Niet met opzet trouwens; bij veel artsen en psychologen ontbreekt simpelweg de kennis. Daarom moeten de werknemers volgens de behandelrichtlijn nu binnen drie weken bedenken waarom het fout ging. Als terugkeer naar het werk niet lukt omdat het denken is verstoord, kunnen ze in de rij aansluiten voor een GZ-afspraak.”

Chronische stress, drie interventies voor arboprofs

Wat kunnen we nu doen, tot we meer grip hebben op de effecten van chronische stress? Hamming beveelt drie interventies aan voor arboprofessionals.

1. Betrek biologische kennis bij herstelproces

Het vermogen om te herstellen werkt bij burn-outpatiënten niet goed, legt Hamming uit. Ze herstellen bijvoorbeeld onvoldoende van inspanningen. Vaak komt dit door slaapproblemen, het stresssysteem is ontregeld. “Daardoor reageert iemand abnormaal op een normale situatie of inspanning. Er is veel tijd nodig om dat terug te regelen, net zoals het veel tijd kostte om het te ontregelen. “

“Ook gebieden in de hersenen die bij de stressreacties betrokken zijn, zijn veranderd. De zenuwcellen van de prefrontale hersenschors (PFC), vaak de CEO van het brein genoemd, krijgen minder verbindingen. De PFC wordt letterlijk kleiner.” Dat maakt het moeilijk om je aandacht erbij te houden, dingen te overzien, keuzes te maken. Bovendien: ook onze emoties worden gereguleerd door de prefrontale hersenschors en dat lukt nu nauwelijks. Met als gevolg dat de emoties de pan uit rijzen en burn-out patiënten erg labiel zijn.

Zieke werknemers die zich begrepen voelen, werken harder aan hun herstel”

Arboprofessionals zouden daarom kennis vanuit de biologische hoek moeten betrekken bij hun strategie om werknemers weer gezond te krijgen. Dan kan er veel meer begrip ontstaan voor de situatie waarin die werknemers zich bevinden, stelt Hamming. "Geef ruimte aan de fysiologische herstelprocessen. Dan voelt de zieke werknemer zich begrepen en dat bevordert het herstel.”

2. Preventie, let op goede slaapkwaliteit

Als je het ontstaan van burn-out beter snapt, kun je gerichter maatregelen nemen om die te voorkomen. Preventie dus. Door bijvoorbeeld te letten op het dagelijkse biologische herstel van werknemers. Iemand is overbelast als hij niet meer in staat is om door slaap voldoende uit te rusten.

Slaap is dus heel belangrijk, aldus Hamming. “Vraag daar dan ook naar. Een goede slaapkwaliteit begint ook op het werk. Iemand die te weinig herstelmomenten op het werk heeft en vaak werk mee naar huis neemt, gaat vanzelf minder goed slapen.”

3. Bied empathie, vertrouwen en vrijheid

Zijn er problemen thuis, dan doen begrip van leidinggevenden en empathie wonderen. Daar liggen kansen. Je hoeft je er inhoudelijk niet mee te bemoeien, maar gebeurtenissen thuis hebben wel effect op het werk. Medeleven, vragen hoe het ermee gaat, mensen waarderen dat zeer.

Geef daarnaast vertrouwen en vrijheid, stelt Hamming. “Wij bieden bij ons centrum naast de normale vijf weken vakantie ook vrije dagen om naar eigen inzicht te besteden. Want soms heeft iemand even extra vrij nodig of is er een kind ziek. Dit soort dingen die in het leven van een werknemer spelen zijn ook belangrijk. Die hoeft zich dan niet ziek te melden, maar kan van die dagen gebruikmaken. En die persoon krijgt er geen project bij, maar mag even in de luwte.”

Meer chronische stress door veranderde maatschappij

“De mens is niet veranderd, maar de maatschappelijke omgeving wel. Dat is een belangrijke oorzaak van de stijging van chronische stress”, verklaart Hamming. Zo steeg het percentage verpleegkundig specialisten dat emotioneel uitgeput is door het werk volgens het CBS van 15,8 procent in 2014 naar 23,7 procent in 2021. Uitgeput raakte 17,8 procent in 2021 tegen 11,3 in 2014.

“Het werk is enorm veranderd. De zorg bijvoorbeeld lijkt door het huidige stelsel gebouwd op wantrouwen. Alles moet verantwoord worden, de rek is eruit. Al die administratie en het volle programma gaan ten koste van de persoonlijke zorg en aandacht voor de patiënt. Dat werkt niet lekker, je staat steeds onder druk. Ook in de privésfeer zijn dingen veranderd, vooral door de sociale media. De lat ligt voor jonge mensen erg hoog. Daardoor nemen ze te weinig rust en slapen ze minder.”

Geef vertrouwen. Richt niet het hele systeem op de enkeling die niet wil”

Of werknemers geen loopje met je nemen als je ‘soft’ bent? Nee, vindt Hamming. “Medewerkers worden juist heel loyaal. De meeste mensen met burn-out willen zo snel mogelijk weer aan het werk. Richt dus niet het hele systeem op de enkeling die niet wil. Ook het wantrouwen van instanties naar werkenden is een veel groter probleem dan die paar medewerkers die niet willen. De meesten halen grote voldoening uit hun werk en het contact met collega’s.”

Ton Bennink

Ton Bennink

Journalist

Ton Bennink is journalist en werkt als docent aan de Fontys Hogeschool voor de Journalistiek in Tilburg.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.