Dat is helemaal het geval wanneer die netbelasting is berekend op wijkniveau, waarbij een gelijktijdigheid van 55% meeweegt. Dit komt doordat niet ieder huishouden tegelijkertijd zijn warmtepomp inschakelt. Dat stelt adviesbureau Merosch met het rapport ‘Meer collectieve aandacht voor het individuele spoor’.
Adviseur Anko Smit lichtte het rapport onlangs toe in het webinar 'Collectieve warmte en flexibiliteit’, georganiseerd door TKI Urban Energy en de Flexiblepower Alliance Network. “Het belangrijkste inzicht dat we hebben opgedaan: de netbelasting van een individuele warmtepomp is fors lager dan vaak wordt verondersteld.”
Netbelasting bodemwarmtepomp LT-net het laagst
Smit licht een figuur toe waarin de netbelasting op wijkniveau is af te lezen voor bodemwarmtepompen en lucht/water-warmtepompen bij verschillende afgiftetemperaturen voor ruimteverwarming. Bij verwarmen op LT-niveau (35°C) gaat het om 0,7 kW voor een lucht/water-warmtepomp en 0,4 kW voor een bodemwarmtepomp. Bij verwarmen op MT-niveau (55°C) doet de lucht/water-warmtepomp 1,8 kW en de bodemwarmtepomp 0,8 kW.
Merosch heeft de getallen verkregen door het uitvoeren van modelberekeningen. De uitkomsten zijn vervolgens gespiegeld aan eigen praktijkdata, een onderzoek van Stroomversnelling naar netbelasting en meetgegevens uit de wijk Rijswijk Buiten, die zijn gepubliceerd door Klimaatgarant en Itho Daalderop. “De uitkomsten van die studies komen overeen met de getallen waar wij op uitkomen. Die zijn dus wel fors lager dan nu vaak wordt aangenomen”, aldus Smit. “De getallen die wij zien in beleidsstukken en rapporten zijn een factor twee hoger.”
Elektrisch element
Een mogelijke verklaring is dat netbeheerders rekening houden met het elektrisch element in de warmtepomp, zo legt Smit uit. Dat elektrisch element heeft verschillende functies, met een verschillende impact op de netbelasting. Legionellapreventie (eenmaal per week of twee weken moet de temperatuur in het boilervat naar 60°C) en back-up zijn bij storingen, zijn daarbij volgens Merosch niet het probleem
Wel bezwaarlijk is het wanneer dit elektrisch element wordt ingezet voor ruimteverwarming. Warmtepompen worden af en toe ontworpen met een bètafactor. Dit betekent dat de compressor van de warmtepomp kleiner wordt gedimensioneerd dan het benodigde verwarmingsvermogen van de woning op de koudste dagen. Op die dagen springt het elektrisch element bij.
Hogere netbelasting
“Dit kan tot een drie keer hogere netbelasting leiden”, zegt Smit. “Wat dat betreft snappen we de zorgen van de netbeheerders wel. Aan de andere kant: in onze meetgegevens zien wij het elektrisch element niet terugkomen voor deze functie, en dat blijkt ook uit data van Stroomversnelling en uit de Installatiemonitor.”
Een mogelijke oplossing zou zijn om het gebruik van het elektrisch element te verbieden. Er zijn al warmtepompen op de markt waar geen elektrisch element meer inzit. “Het kán dus wel. Het kan ook een manier zijn om zekerheid te bieden aan de netbeheerder.”
Advies: specifieke subsidie
Warmtepompleveranciers stimuleren om te werken aan netbewuste warmtepompen, is daarom een aanbeveling die Merosch doet. Een aanbeveling richting overheden is om de nieuwe inzichten te verwerken in beleid, zoals de warmteprogramma’s die gemeenten momenteel opstellen en de ISDE-regeling (lees: meer subsidie voor netbewuste warmtepompen).
Merosch hoopt verder dat netbeheerders hun uitgangspunten herijken en daar transparant over zijn. Smit: “Dat geeft inzicht in de effecten die keuzes hebben op de netverzwaringskosten die nodig zijn.”












