Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?
<P>Het woord emancipatie viel zelfs. In beide gevallen kan van een ‘drame van de keuze’ gesproken worden. Dat speelde bij Agnes Kant eerder ook, zij het dat zij de stap om terug te treden beargumenteerde vanuit het belang van haar partij.</P> <P>Wat opvalt bij de argumentatie van Bos en Eurlings, die een persoonlijk belang benadrukten, is dat zij werk nadrukkelijk tegenover privé stelden. Maar zowel in werk als privé geldt heden ten dage straf tijdmanagement, of zoals een huisvrouw in een Duits onderzoek dat verwoordde: "Ik voel me net een sociale D-trein, ik ga en wacht, maar heb geen tijd". </P> <P>Zowel werk als privé hebben de kenmerken gekregen van topsport of breder gezegd van een tempocratie, een immanente tijdsdruk. Daarbij is men in de dubbele betekenis van het woord geboeid door ketens: van informatie, mensen en goederen of diensten. Bus, trein en auto, maar ook horeca, concertzaal en museum hebben zich getransformeerd tot mobiele belhuizen om standby te zijn voor zaken- of privérelaties. Men moet zowel fysiek als geestelijk standby zijn, maar ook rekening houden met storingen of vernieuwingen elders in die keten.</P> <P>Je kunt zeggen dat werk- en privésituaties om tijdkunstenaars vragen. Neem in het eerste geval de verpleegkundige in de intensive case, de ICT-adviseur, de terminal-operator in een container haven of een medewerk(st)er van een schoonmaak-bedrijf enz. Zij hebben allen te maken met een oud vraagstuk: standaard om te zetten in variëteit en omgekeerd. Dat vraagstuk verschilt in principe niet met het werk van een politicus of met iemand met zorgtaken thuis. </P> <P>Er wordt veel over de vrijetijdsmaatschappij gesproken, waarmee bedoeld wordt dat de arbeidstijd afneemt en de vrije tijd toeneemt. Daarbij wordt het fenomeen hersteltijd vrijwel altijd overgeslagen, dat is de tijd die men nodig heeft binnen en buiten het werk om ‘bij de komen’. Dat herstel, in de sport ‘recovery time’ genoemd, wordt met name tijdens het werk als improductief zijnde geëlimineerd en uitbesteed aan de zogeheten vrije tijd. Gevolg, daardoor neemt maatschappelijk gezien niet de arbeidsvrije tijd toe, maar de hersteltijd. Ter illustratie van hersteltijd: een konstruktietekenaar destijds bij Fokker, die na ‘gepriegel’ even ging arceren, lees: herstellen van inspannend werk. </P> <P>Iedereen moet op zijn of haar manier regelmatig kunnen ‘arceren’. Het gaat dan om de individuele organisatie van werk en/of zorgtaken en de vraag rijst in dit verband: wat kunnen Bos en Eurlings niet wat anderen in diverse beroepen en privé-situaties wel kunnen ? Of gaat het om iets anders dan dit ‘drama’ ?</P>